HEUPDYSPLASIE
Velen van u hebben hier wel eens van gehoord en bijna iedere
hondenbezitter weet er wel iets van af. Toch is dit een onderwerp, dat ook
weer steeds ter sprake komt bij de aanschaf van een puppy of, als we de H.D.-uitslagen
lezen op stambomen van ouderdieren.
Ik zal u zo duidelijk mogelijk proberen uit te leggen, wat H.D. is en waardoor
het bij vele honden voorkomt.
Heupdysplasie, beter bekend als H.D., is een aandoening, die wordt veroorzaakt
door milieufactoren (ca. 65 %) en erfelijke aandoening (ca. 35 %). Dit is
gebleken uit de vele onderzoeken, doe o.m. zijn gedaan in Utrecht, U.S.A.,
Zweden, Canada en Australie naar deze afwijking.
Het blijkt, dat de voeding, beweging, omgeving (dus het milieu) gedurende het
eerste levensjaar van een puppy grote invloed heeft op het ontstaan van H.D.
Uit de bovenstaande onderzoeken is ook naar voren gekomen, dat te weinig en te
extreme lichaamsbeweging of overbelasting een invloed heeft op het ontstaan
van H.D.
H.D. zelf is absoluut ongeneeslijk en kan ook niet in een vroeg stadium worden
waargenomen. Mocht het zich wel op jonge leeftijd al aankondigen, dan heeft de
pup het in extreme mate en zijn de vooruitzichten zeer somber.
De symptomen hangen af van de ernst van de afwijking. De onderstaande
symptomen zijn alleen zichtbaar bij een ernstige vorm van H.D.:
1. Het stijf lopen met de achterbenen.
2. Stijf opstaan na een rustperiode.
3. Bij een normale wandeling steeds verder achterblijven en steeds langzamer
gaan lopen.
4. Veelvuldig willen rusten bij een normale wandeling.
5. Een achterbeen niet gebruiken.
6. Piepen of kreunen bij het opstaan.
Bij dergelijke symptomen kan alleen een dierenarts via een röntgenfoto zien,
of er inderdaad sprake is van H.D., er kunnen namelijk meerdere oorzaken zijn,
die de bovenstaande symptomen laten zien.
Hier praten we dan wel over de duidelijke aanwezigheid van H.D. en het is
juist bij het fokken van rashonden van zeer groot belang om te achterhalen, of
de milieufactor optimaal is en of er aanleg voor H.D. aanwezig is of niet.
Op de foto hiernaast kunnen we zien, hoe een heupgewricht in elkaar zit. Bij
de ideale situatie, zoals
hier aanwezig, is de gewrichtskop van het dijbeen 100 % aangesloten in de
gewrichtskom. De kop is 
volledig opgesloten in de heupkom en vertoont geen enkele ruimte. Maar jammer
genoeg komt deze
situatie in de praktijk niet zo vaak voor en dat verklaart ook de bekendheid
van de naam H.D.
Om nu de eventuele erfelijkheid van H.D. in kaart te brengen en te
onderzoeken, is er door de Raad
van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland (de organisatie, die de
stamboomregistratie van
rashonden verzorgt) een organisatie benoemd, welke reeds zeer vele jaren
onderzoek doet naar de
erfelijkheid en aanwezigheid van H.D. bij honden. Deze organisatie van de Raad
van Beheer heeft
als taak de beoordeling van röntgenfoto’s op H.D., die bij een speciaal H.D.-panel
binnenkomen,
die via erkende dierenartsen, die voor de Raad van Beheer röntgenfoto’s
mogen maken, binnenkomen.
De
groei van de heupen van de pup. Nu weet u gelijk, waarom de heupen niet te
zwaar belast mag worden.

Hieronder
foto’s van volwassen honden, van goede tot slechte uitslagen



Foto 1
Foto 2
Foto 3
Vergelijk deze foto’s eens en u
kunt zeer waarschijnlijk ook het verschil zien.
Op foto 1 ziet u, hoe goede heupen behoren te zijn.
Op foto 2 ziet u duidelijk ernstig aangetaste heupen, hier is sprake van een
ernstige vorm van H.D.
Op foto 3 ziet u H.D. in optima forma (H.D.-E).
Tot hiertoe kunt u ook wel waarnemen, wat goed en wat dus niet goed is, maar
tussen deze twee foto’s zitten echter heel veel foto’s, waar de
afwijkingen minder zijn dan bij de duidelijke aanwezigheid van H.D. Vandaar
dat het H.D.-panel (bestaande uit drie personen van de Raad van beheer) de
zeer moeilijke taak heeft een beoordeling te geven over de heupen van een
hoogst waarschijnlijk goede hond, welke voor nakomelingen gebruikt gaat
worden.
Laat u ook nooit misleiden door aan uw dierenarts te vragen naar een uitslag,
dit kan u n.l. voor teleurstellingen behoeden.
Het panel geeft bij de beoordeling een definitieve beoordeling af, welke de
mate van de H.D.-afwijking aangeeft. Dit zijn:
H.D.-A - Vrij (= negatief). Röntgenologisch vrij van H.D.
H.D.-B - T.C. (= overgangsvorm). Röntgenologisch zijn er geringe afwijkingen
aanwezig.
H.D.-C - +/- (= licht positief). Röntgenologisch zijn er afwijkingen
aanwezig.
H.D.-D - + (= positief). Röntgenologisch zijn er duidelijke afwijkingen
aanwezig.
H.D.-E - ++ (= positief in optima forma). Röntgenologisch zijn de heupen
ernstig misvormd.
De uitslag geeft echter alleen uitsluitsel over de aanwezigheid van H.D. bij
de hond, maar geeft niet aan, of de hond defelijke drager is van de afwijking.
En dit geeft ook niet aan, wat de milieufactor van de hond is geweest tijdens
zijn eerste levensjaar. En dat zijn nu de punten, die heel belangrijk zijn: de
Milieufactoren en de erfelijke factoren van H.D. moeten dus in de generaties
daarvoor bekeken worden.
Een kruising van twee H.D.-vrije honden geeft dus zeker niet de garantie, dat
de puppy’s ook H.D.-vrij zijn, want hierop heeft de milieufactor nog geen
invloed gehad, dit gaat n.l. ook terug naar enige generaties.
Mochten de beide ouders H-D.-negatief zijn en de milieufactoren ook optimaal
geweest zijn, dan heeft u een vrij grote zekerheid, dat de hond ook vrij is
van H.D.
Het is niet gezegd, wanneer met twee H.D.-vrije honden wordt gefokt, dat er
dan ook daadwerkelijk H.D.-vrije pups uit komen. Een goede fokker zal zeker zo
goed zijn best doen om zo goed mogelijke resultaten te krijgen, dit door te
starten met een goede voeding.
Iedere fokker, die lid is van een rasvereniging, heeft zich via zijn
lidmaatschap gebonden aan de regels, die staan vermeld in het fokbeleid ven de
vereniging.
De Norbergwaarde
Van de beide heupkoppen (1) wordt het
middelpunt bepaald en deze middelpunten worden 
verbonden met een lijn. In beide heupgewrichten wordt vanuit dit middelpunt
een lijn langs
de voorste rand van de heupkom (2) getrokken. De hoek (3), die beide lijnen in
het middelpunt
van de heupkom met elkaar maken, minus 90 graden, geeft de Norbergwaarde aan
van het
betreffende gewricht. De Norbergwaarde van het linker- en het rechtergewricht
geeft bij
elkaar opgeteld de "som Norbergwaarde", die op het rapport is
vermeld. Om een hond te
kunnen laten röntgenen, dient deze de leeftijd van mimimaal 12 maanden te
hebben. De
beste leeftijd is 16 tot 18 maanden, dan is de bespiering ruim aanwezig en
heeft u de best
mogelijke aansluiting van de heupen. Een beoordeling kan maximaal eenmaal per
jaar
plaatsvinden en de uitslag van dat onderzoek vervangt de vorige uitslag. De
uitslagen van
het H.D.-onderzoek worden doorgestuurd naar de betreffende rasvereniging.
Bewegingstips
voor de jonge hond.
Wandelen: De vraag wordt nogal eens gesteld, hoeveel en hoe lang
een pup mag wandelen. Dai is simpel, want u wandelt al gauw te veel. De hond
geeft het echt nog niet aan, want hij wil tenslotte bij je blijven en hij
vindt het allemaal nog zo'n groot feest, dat hij ook lekker blijft spelen. Pas
als hij aangeeft, dat hij moe is, is hij eigenlijk ook al helemaal aan het
einde van zijn latijn en zover mag u het nooit laten komen. Houd daarom een
mooi schema aan. Het is vrij simpel en werkt zo: het aantal weken, dat de hond
oud is, zoveel minuten kunt u per keer wandelen. Dit uiteraard een paar keer
per dag. Dus: 10 weken oud betekent 10 minuten wandelen, 20 weken betekent 20
minuten wandelen. Nu snapt u ook wel, dat wanneer u 30 minuten bent
weggeweest, dit ook wandelen en stilstaan is, doordat alle mensen uw lieve pup
willen aaien. U zult zien, dat u zo een mooi opbouwend schema heeft en dat u
na een jaar lekker een uur kunt lopen.
Spelen: Spelen doet een pup graag, maat let natuurlijk wel op,
dat u niet met de pup op het spiegelgladde parket leuk staat te kijken, hoe
mooi hij een sliding maakt, omdat hij de bal koste wat kost wil pakken. En hoe
mooi hij de bal uit de lucht kan vangen. Ja, het is een prachtgezicht, maar u
snapt natuurlijk wel, wanneer u de foto's van hierboven nog even terugkijkt,
dat de botjes nog in de groei zijn en dat dit superslecht is. De pup kan
beschadigingen oplopen, waarvan hij zijn hele leven last houdt. U kunt dit ook
niet meer terugdraaien, wat eenmaal beschadigd is, komt niet meer goed.
Traplopen: Traplopen is niet goed voor de jonge hond en zeker
niet, wanneer het vaak gebeurt. Mar het is wel verstandig om het de hond te
leren. En dat mag best voor het eerst een keertje op de leeftijd van 10 weken
en dan wekelijks herhalen. Dit moet u met beleid doen en u laat de hond de
trap rustig op- en aflopen. Ook wanneer hij inmiddels goed kan traplopen en
het misschien al wat vaker doet, is het goed om het met beleid te blijven
doen. Traplopen is voor een hond geen normale beweging en zal, wanneer dit te
onstuimig gebeurt, niet goed zijn voor de heupen, ellebogen, schouders, nek en
rug. Ja, dat is even schikken hé!
Wanneer de hond volwassen is, kan hij best traplopen en zeker, omdat u hem
altijd geleerd heeft, dat het rustig aan moet. Nu zal het voor een hond nog
steeds niet goed zijn om 10-hoog op de flat te wonen en dat elke dag te moeten
lopen, omdat de baas dat goed vindt voor zijn conditie. Nee hoor, pak voor de
hond dan maar de lift!
Fietsen: Het is heerlijk om samen met uw hond te fietsen, maar
voor een jonge hond is dit nog niet goed. U mag best voor de kennismaking een
keer 200 meter de hond in een drafje naast de fiets laten lopen, zodat het
niet meer zo eng is, maar vanaf de leeftijd van een jaar kunr u pas echt
beginnen. U doet dit natuurlijk ook opbouwend en stapt niet meteen op voor een
rit van 10 kilometer.
Goed maken bestaat niet: Wanneer u door de week te weinig tijd
heeft voor uw hond en vaak maar 10 minuten per keer gaat wandelen (wat
uiteraard te weinig is voor een hond), kunt u dat niet meer in het weekend
goedmaken door dan ineens met de hond en kinderen drie uur lang naar bos of
strand te gaan. U zult daarmee de hond overbelasten, omdat hij dat niet gewend
is. Overbelasten is natuurlijk nooit goed.
Geröntgende
honden bij de fokker.
Wanneer u bij een fokker de honden allemaal braaf in de kennels ziet zitten,
bestaat er een kans, dat deze honden prachtige H.D.-resultaten hebben. Dit zou
kunnen, omdat ze geen last hebben gehad van alle milieufactoren. Wat hier
eigenlijk mee gezegd wil worden is, dat wanneer de fokteef uit een kennel H.D.-A
heeft en de broertjes en/of zusjes daarvan H.D.-B of hoger, dan kunt u zelf
wel bedenken, dat de vererving niet goed in elkaar steekt. Maar dat deze
fokteef door de milieufactor een prachtige uitslag heeft gekregen. Wanneer u
dan een leuke pup van dit teefje koopt, is het logisch, dat de pup bij u wel
et de milieufactor in aanraking komt, omdat uw pup niet de hele dag in de
kennel zit. Wilt u daar wat meer van weten, dan mag u natuurlijk altijd aan de
fokker vragen naar de H.D.-uitslagen van geröntgende broertjes en/of zusjes
van de moederhond. Het kan ook zijn, dat er gewoon niets geröntgend is buiten
de moederhond om. Maar een fokker, die trots is op de resultaten die hij
boekt, zal u met plezier vertellen over andere geröntgende honden. Het
leukste blijft natuurlijk, wanneer een fokker zijn hond gewoon ook lekker in
huis heeft en dat de milieufactor bij deze honden gewoon wel aanwezig is,
omdat ze mee uit mogen en lekker mogen spelen.
Wat wordt er nu
eigenlijk met milieufactor bedoeld?
De milieufactor houdt veel dingen in.
Om te beginnen een goede voeding. Maar ook dat de hond regelmatig uitgaat en
ook lekker plezier heeft met andere honden. Hij maakt lange wandelingen en
gaat achter een bal aan. Glijdt eens op zijn snufferd op het parket. Rent toch
zo af en toe veel te hard van de trap af. Maakt met spelen wel eens een rare
val of duikeling. Dus krijgt zijn lichaam veel te verduren. Is de erfelijke
factor bij de hond al niet zo goed, dan kunt u door een slechte voeding en
overbelasting de pech hebben, dat juist uw hond last krijgt van zijn heupen.
In dat opzicht is een hond, die in een kennel bij een fokker gehuisvest is,
dus rustiger. Hij speelt misschien niet et andere honden en maakt geen
wandelingen van 10 kilometer, dus dan is bij die fokker de kans op een betere
H.D.-uitslag aanwezig, omdat hij voorzichtig is geweest met de hond. Vandaar
de tip: vraag naar andere H.D.-uitslag.
Naar
gezondheid
Naar
startpagina